Tijdwinst betekent niet automatisch productiviteitswinst. De ECB is sceptisch

Drie uur per week. Maar deze vrijgekomen tijd leidt alleen tot productiviteit als ze wordt omgezet in extra productie, een ommezwaai die nog niet alle bedrijven hebben gemaakt.

Leidt het gebruik van AI op het werk daadwerkelijk tot tijdwinst? Ja! Volgens een onderzoek van de ECB naar de verwachtingen van consumenten, waarin maandelijks de mening wordt gepeild van ongeveer 20.000 mensen in 11 landen van de eurozone, levert AI een tijdwinst op van drie uur per week, ofwel ongeveer 7,7 % van de mediane werktijd.

Volgens António Dias da Silva, Laura Lebastard en David Sondermann, de auteurs van dit onderzoek, vertoont deze schatting op zijn minst een asymmetrische verdeling. De meeste gebruikers profiteren van een bescheiden tijdwinst, terwijl een klein aantal melding maakt van zeer aanzienlijke efficiëntiewinst.

„Onze resultaten komen overeen met die van een recent onderzoek van de London School of Economics. De gewonnen tijd wijst er al op dat AI de productiviteit van werknemers verhoogt. Maar voor die drie bespaarde uren – oftewel 7,7 % van de werktijd – is de context van belang om de implicaties voor de groei van de totale productiviteit van de economie nauwkeurig te kunnen beoordelen… ”

Wat doet de werkgever eigenlijk?

Inderdaad. Ten eerste gaf slechts de helft van de werknemers aan AI te gebruiken en daardoor tijd te besparen (48,8 %). Voor de economie als geheel bedraagt de totale efficiëntiewinst (met andere woorden, het aandeel van de bespaarde werktijd dat toe te schrijven is aan het gebruik van AI) dus ongeveer 3,8 %.

Ten tweede moet worden opgemerkt dat deze tijdwinst alleen tot een hogere productiviteit leidt als werknemers de vrijgekomen uren omzetten in extra productie, in plaats van ze te besteden aan activiteiten die minder direct productief zijn. Cruciaal is dat de productiviteitswinst ook afhangt van het vermogen van de werkgever om deze extra capaciteit te benutten. En daar zit het knelpunt.

Aanvullend onderzoek van de ECB over dit onderwerp schat een AI-gerelateerde productiviteitsstijging van gemiddeld ongeveer 0,35 procentpunt per jaar voor de eurozone.

Nog ver verwijderd van productieve taken

„De efficiëntiewinst die AI oplevert, varieert aanzienlijk per taak, en de grootste winst komt niet altijd voort uit de meest gangbare toepassingen”, merken de auteurs op.

Het genereren en debuggen van code levert de grootste winst op, met bijna acht uur tijdwinst per week, hoewel slechts ongeveer 8 % van de werknemers AI voor dit doel gebruikt. Een vergelijkbare trend tekent zich af voor data-analyse, de automatisering van routinetaken en het creëren van audio- of visuele content.

Daarentegen behoren onderzoek, het verzamelen van informatie, het schrijven en het corrigeren van teksten tot de meest genoemde toepassingen. Dat is geen verrassing. Tegelijkertijd zijn de vastgestelde tijdwinsten voor deze taken aanzienlijk lager dan die voor meer technische taken zoals programmeren…

Het imago van AI in relatie tot de economische situatie

Uit het onderzoek blijkt ook dat AI vandaag de dag minder positief wordt beoordeeld dan een jaar geleden: het percentage werknemers met een positieve mening is gedaald van 43 % naar 41 %. Deze situatie zou verband kunnen houden met een onzekerder economisch klimaat, aangezien de perceptie van AI samenhangt met de economische verwachtingen.

Werknemers met een negatieve mening over AI zijn ook pessimistischer over de economie: ze verwachten een hogere werkloosheid over een jaar, zijn banger om hun baan te verliezen en hebben minder optimistische verwachtingen ten aanzien van inkomensgroei en bestedingen…