“In Europa prijzen we digitale soevereiniteit in toespraken, maar blijven we massaal buitenlandse technologieën kopen!”

Het is tijd om de overstap te maken van bescherming naar strategische veerkracht. Soevereiniteit vanuit geopolitiek perspectief benaderen, zodat het vermogen van de organisatie om te anticiperen, weerstand te bieden, zich aan te passen en snel te herstellen van meervoudige schokken hierin wordt meegenomen.

“Soevereiniteit? Een vaag begrip!” Een eerste vraag, een eerste gedachte. In dit geval het instinctieve antwoord van Philippe Cornette, Group CISO & CECO IT bij John Cockerill.

Dit was tijdens de rondetafelconferentie “Digitale soevereiniteit: bolwerk of illusie in een dystopische wereld?”, die op dinsdag 28 april in het Sheraton Brussels Airport Hotel de Resilience & Sovereignty Convention 2026 afsloot.

Vag begrip”, dus. Ongetwijfeld, ja. En dat zelfs al is het fundamenteel. Uit de toelichting van Philippe Cornette bleek dat digitale soevereiniteit zowel ambivalent als voortdurend in beweging kan zijn. Het is duidelijk dat de status ervan is veranderd: in 2026 is het niet langer een debat voor technici, maar “een vereiste voor politiek en strategisch beleid”.Tussen de terugkeer van de geopolitieke instabiliteit aan de andere kant van de Atlantische Oceaan en de explosieve groei van generatieve AI wordt het beheersen van infrastructuur en data een kwestie van economisch overleven.

Bescherming of illusie?

Onder leiding van Christian De Boeck, CEO van SYNERGIT, legde de rondetafel de nadruk op de uitdagingen op het gebied van veiligheid en bedrijfscontinuïteit in een steeds onzekerder wordende digitale omgeving. Het thema van de dag: “Is soevereiniteit vandaag de dag een echt bolwerk of een illusie in het licht van de kwetsbaarheden van een steeds dystopischer wordende wereld?”

Een uiterst gevoelig onderwerp. Er was een tijd dat het woord “soevereiniteit” klonk als een overblijfsel uit het verleden. Het werd te veel geassocieerd met het idee van grenzen, protectionisme of terugtrekking, en leek onverenigbaar met de triomferende globalisering en de wereldwijde onderlinge verbondenheid. Toch is het halverwege dit decennium weer centraal komen te staan in het strategische debat.

Ondertussen is data inderdaad een machtsmiddel geworden, structureren platforms de wereldeconomie en zijn zowel AI als de cloud nu kwesties van nationale veiligheid. Daarom is “de vraag niet langer of Europa digitale soevereiniteit moet nastreven, maar hoe het die moet vormgeven, opbouwen en uitoefenen”, meent Gwénaëlle Hervé, Digital Sovereignty Lead bij Proximus NXT.

Soevereiniteit betekent niet isolatie

Digitale soevereiniteit is het beheersen van je informatiesysteem, je informatie en je informatiebezit“, zijn de deelnemers aan de rondetafel het eens. Deze definitie benadrukt hoe belangrijk het is dat publieke en private spelers controle hebben over hun strategische digitale activa en hun onafhankelijkheid waarborgen tegen inmenging van buitenaf.

Een van de grote misverstanden in het huidige debat is dat soevereiniteit en autarkie door elkaar worden gehaald. Veel Europese beleidsmakers dachten dat het voldoende was om de Amerikaanse giganten af te remmen om continentale kampioenen te laten opkomen. De afgelopen twintig jaar heeft de Europese Unie het aantal onderzoeken, boetes en regelgeving tegen de GAFAM-bedrijven opgevoerd. Maar met welk resultaat? Moet er nog aan worden herinnerd dat tal van overheidsorganisaties of bepaalde ministeries vrijwel volledig afhankelijk zijn van niet-soevereine oplossingen?

Wie is hiervoor verantwoordelijk? De digitale transformatie van onze bedrijven is in hoog tempo doorgevoerd, maar zelden op een gelijkwaardige basis. Naarmate ze hun infrastructuur moderniseerden, gaven ze ook de sleutels van hun informatiesystemen uit handen aan een klein aantal wereldwijde leveranciers. Het resultaat: 80 % van onze IT-uitgaven komt ten goede aan niet-Europese leveranciers. Een enorme afhankelijkheid, die vaak wordt gebagatelliseerd, maar die rechtstreeks van invloed is op onze economie, onze veiligheid en onze vrijheid van handelen.

Weg met de illusies, kiezen voor onze afhankelijkheden

“Soevereiniteit bestaat er niet in deze onderlinge afhankelijkheden te ontkennen, maar er voor te kiezen, ze te organiseren en er hefbomen van te maken in plaats van kwetsbaarheden”, herinnert Christian De Boeck ons terecht. “Het veronderstel e om te weten waar de rode lijnen moeten worden getrokken, welke afhankelijkheden aanvaardbaar zijn en welke niet.”

Het is dan ook tijd om toe te geven dat absolute soevereiniteit een illusie is. In een onderling afhankelijke wereld wordt macht afgemeten aan het vermogen om afhankelijkheid te sturen, normen op te leggen, gegevens te beschermen, te investeren in kritieke infrastructuur en de voorwaarden te scheppen voor het ontstaan van eigen koplopers. Dit vergt strategische afstemming tussen industriebeleid, regelgeving, begrotingskeuzes en technologische allianties.

  • Het goede nieuws is dat Europa niet machteloos is. Het beschikt over een dynamisch innovatie-ecosysteem, erkende normatieve macht, een solide industriële basis en wetenschappelijke expertise van hoog niveau. Het heeft de middelen om weer een mondiale technologische macht te worden. Wat het nog ontbreekt, is een collectieve wil om deze troeven te bundelen in een samenhangend project.
  • Een enorme afhankelijkheid, die vaak wordt gebagatelliseerd
  • Het idee van een “actieve soevereiniteit” dringt zich op. En dit in tegenstelling tot een “gedwongen soevereiniteit”. Zo is de cloud in handen van drie Amerikaanse giganten, waarbij OVHcloud pas op de vierde plaats komt. Een enorme afhankelijkheid, die vaak wordt gebagatelliseerd, maar die rechtstreeks van invloed is op onze economie, onze veiligheid en onze vrijheid van handelen.

“In Europa vieren we digitale soevereiniteit in toespraken, maar blijven we massaal buitenlandse technologieën kopen, ook voor onze kritieke infrastructuren”, illustreert Fabien Bénéteau, Head of Sales Marketing Benelux bij F24. Deze tegenstrijdigheid verzwakt ons vermogen om zelfstandig te handelen en voedt een afhankelijkheid waarvan we de gevolgen niet meer kunnen overzien.

Om echte vrijheid van handelen terug te winnen, moeten we helder kijken naar wat ons in de weg staat. Allereerst moet de overheidsopdracht evolueren: de regels ervan, die bedoeld zijn om gelijke behandeling te garanderen, benadelen paradoxaal genoeg de nationale en Europese spelers, die maar al te vaak worden verdrongen door geglobaliseerde aanbiedingen die moeilijk te vergelijken zijn. De situatie evolueert weliswaar, maar langzaam. Toch ontbreekt het niet aan initiatieven. Zo ondersteunt Proximus NXT kmo’s in hun dagelijkse activiteiten met Accountable en Leexi, twee innovatieve Belgische AI-platforms. Een voorbeeld om te volgen.

Van cyberrisico tot vertrouwenscrisis

De politieke dimensie is onderschat. Extraterritoriale wetten zoals de Amerikaanse CLOUD Act en de verzwakking van de trans-Atlantische gegevensbeschermingsovereenkomsten tonen aan dat digitale infrastructuren steeds meer verwikkeld raken in geopolitieke belangenconflicten.

Het probleem is subtiel, maar daarom niet minder ernstig: bedrijven die gebruikmaken van clouddiensten, SaaS-oplossingen of communicatieplatforms uit derde landen kunnen de toegang tot hun eigen gegevens verliezen, hetzij door overheidsbevelen, sancties of wijzigingen in de regelgeving.

Dit brengt een aspect aan het licht dat lange tijd over het hoofd is gezien: vertrouwen. Vertrouwen in de integriteit van leveranciers, in de stabiliteit van wettelijke kaders, in de soevereiniteit van de eigen infrastructuur. Voor Christian De Boeck “dwingt de overgang van een open globalisering naar een wereld van rivaliteit organisaties ertoe een proactieve aanpak te hanteren, waarbij gegevensbescherming en soevereiniteit worden gecombineerd, om hun voortbestaan te verzekeren.”

Anticiperen, weerstand bieden, zich aanpassen…

Dit betekent ook dat we overschakelen van technische veerkracht naar strategische veerkracht. “Voor een bedrijf vertaalt zich dit in een radicale vraag: ‘welke risico’s ben ik bereid te nemen bij de uitrol van mijn bedrijf?’. Het gaat niet langer alleen om bescherming, wat cyberbeveiliging biedt, maar om de kwestie vanuit geopolitiek perspectief te bekijken, zodat het vermogen van de organisatie om te anticiperen, weerstand te bieden, zich aan te passen en snel te herstellen van meervoudige schokken wordt meegenomen!”

Juist in deze context krijgt het principe “Koop Europees” een nieuwe dimensie. Het gaat hier niet om een protectionistische reflex, maar om een concrete maatregel voor veerkracht.

“Europese producten kopen is geen stap terug, maar een strategisch voordeel op het gebied van veiligheid”, meent Ignacio Berrozpe, Sales Engineer Manager voor de Scandinavische landen en de Benelux bij Thales. Wie zijn systemen, partners en processen verankert in een stabiel, democratisch gelegitimeerd en juridisch zeker kader, vermindert tegelijkertijd de technische, juridische en strategische risico’s.”

Interview door Alain de Fooz