44 % van de organisaties beschouwt digitale soevereiniteit als een prioriteit voor hun raad van bestuur

Soevereiniteit is inmiddels een strategische prioriteit voor de meeste organisaties, maar 59 % van hen beschouwt volledige digitale soevereiniteit niet als een realistisch doel.

In plaats van te streven naar volledige technologische onafhankelijkheid, kiezen organisaties voor een pragmatische aanpak die erop gericht is hun kritieke activiteiten te beschermen, de controle over hun belangrijkste digitale capaciteiten te behouden en afhankelijkheid van één enkele leverancier te vermijden. Dat is de conclusie van het rapport van het Capgemini Research Institute, „Digital Sovereignty: From Policy Ambition to Executive Imperative“ (panel: 1.300 leidinggevenden uit het bedrijfsleven en de technologiesector).

Voor Karine Brunet, Chief Operations and Delivery Officer bij Capgemini en lid van de Group Executive Board, staat pragmatisme voorop. „Organisaties opereren in sterk onderling verbonden technologische ecosystemen, waar volledige onafhankelijkheid zelden haalbaar is.”

Volgens de Capgemini Digital Sovereignty Index, gebaseerd op een analyse van 866 organisaties in de Verenigde Staten, Europa en de regio Azië-Pacific, is 86 % van de bedrijven in aanzienlijke mate afhankelijk van buitenlandse of extern gecontroleerde toeleveringsketens.

Een reële zorg

Soevereiniteit staat nu centraal in de aandacht van topmanagers: 44 % van de organisaties beschouwt digitale soevereiniteit als een prioriteit voor hun raad van bestuur.

Dit besef vertaalt zich in concrete acties: bijna vier op de vijf organisaties voeren een strategie uit of werken er een uit, terwijl een vijfde van plan is er in de loop van het komende jaar een in te voeren. Deze investeringen weerspiegelen de groeiende bezorgdheid van organisaties over hun vermogen om hun kritieke activiteiten in stand te houden in een steeds onzekerder wordende geopolitieke context. Volgens het rapport zegt meer dan driekwart van hen zich grote zorgen te maken over dit onderwerp.

Operationele veerkracht in het licht van geopolitieke spanningen en onrust vormt de belangrijkste drijfveer achter initiatieven op het gebied van digitale soevereiniteit, zoals door vier op de vijf respondenten wordt aangegeven.

Veerkrachtige onderlinge afhankelijkheid

„Bij digitale soevereiniteit gaat het dus niet om het nastreven van absolute autonomie, maar veeleer om hen in staat te stellen een duidelijk inzicht te krijgen in hun technologische afhankelijkheden, met als doel de controle terug te krijgen en over de nodige flexibiliteit te beschikken om risico’s te beheersen”, vervolgt Karine Brunet.

Hoewel digitale soevereiniteit een wereldwijde prioriteit is geworden, variëren de gekozen strategieën per regio. De ene regio koppelt het aan risicobeheer en het versterken van de veerkracht; de andere benadert het vanuit het perspectief van naleving van regelgeving…

Ondanks deze regionale verschillen zijn organisaties het er over het algemeen over eens dat digitale soevereiniteit niet neerkomt op volledige technologische onafhankelijkheid. In Europa definieert 75 % het in termen van veerkrachtige onderlinge afhankelijkheid, wat 25 % meer is dan in de Verenigde Staten.

Het gebrek aan inzicht, de afhankelijkheid van leveranciers en de kosten blijven een belemmering

Het concretiseren van deze ambities blijft echter complex. Slechts 14 % van de organisaties geeft aan end-to-end inzicht te hebben in de afhankelijkheden binnen hun technologische ecosysteem, wat het moeilijk maakt om hun blootstelling aan geopolitieke risico’s of risico’s in verband met hun leveranciers in te schatten.

Het verminderen van de afhankelijkheid van kritieke technologieleveranciers vormt een andere grote uitdaging: 36 % van de organisaties geeft aan dat het meer dan twaalf maanden zou duren om zich los te maken van een kritieke leverancier, terwijl één op de tien organisaties zegt geen haalbaar alternatief te hebben. Ten slotte zegt minder dan de helft van de organisaties bereid te zijn een „meerprijs voor digitale soevereiniteit“ te betalen (gemiddeld 23 %), wat aantoont hoe moeilijk het is om eisen op het gebied van soevereiniteit, kostenbeheersing en concurrentievermogen met elkaar te verzoenen.

Zonder het concurrentievermogen in gevaar te brengen

Organisaties verschillen ook van mening over de manier waarop ze hun doelstellingen op het gebied van digitale soevereiniteit willen bereiken. Meer dan twee derde van de wereldwijd ondervraagde organisaties is van plan om hiervoor interne ontwikkeling te combineren met externe samenwerkingen.

„Met deze aanpak kunnen ze een pragmatisch stappenplan opstellen dat is afgestemd op hun strategische doelstellingen, waarbij rekening wordt gehouden met kwesties als de locatie van gegevens, toegangscontroles, bedrijfsvoering en regelgevende en technologische beperkingen”, adviseert Kariune Brunet. De echte uitdaging zal erin bestaan de veerkracht te versterken zonder het concurrentievermogen in gevaar te brengen, om zo te kunnen blijven innoveren en de groei op lange termijn te ondersteunen.”