Wanneer beschikbaarheid niet de enige belangrijke factor is

Nooit twee zonder drie? Een veerkrachtige netwerkinfrastructuur vereist meer dan alleen een tweede verbinding, legt Hans Witdouck, CEO van Eurofiber Belgium, uit.

Bedrijven en organisaties hosten hun applicaties, gegevens en processen in publieke en private cloudomgevingen en in datacenters. Dit biedt bepaalde voordelen, zoals schaalbaarheid, flexibiliteit en efficiëntie. Maar er is ook een onmiskenbaar nadeel: namelijk een grotere afhankelijkheid van connectiviteit. Zonder toegang tot het netwerk vallen belangrijke bedrijfsprocessen stil en worden applicaties onbruikbaar, wat de bedrijfscontinuïteit onder druk zet.

Dat beschikbaarheid veel hoger op de agenda staat van bedrijfsleiders hoeft dan ook niet te verbazen, aldus Hans Witdouck, CEO van Eurofiber Belgium. Vroeger had men het niet over de digitale infrastructuur van een organisatie zonder het te hebben over capaciteit en prestaties. En hoewel deze elementen vandaag de dag nog steeds erg belangrijk zijn, staat nu vooral de continuïteit voorop. Daar zit het relatief recente incident in de Oostzee – weet u nog, toen een onderzeese glasvezelkabel vernield werd door een onderzeeër – voor iets tussen

Na dergelijke incidenten rijzen er „nieuwe“ vragen. Ze liggen voor de hand, maar zijn daarom niet minder cruciaal: wat gebeurt er als een verbinding wegvalt? Wat is de impact van een storing op de dagelijkse bedrijfsvoering? En hoe snel kan een organisatie de opgelopen schade herstellen?

In deze context komt meteen het begrip redundantie bovendrijven. Veel organisaties (maar lang niet alle) voorzien in een tweede verbinding. „Daartoe doen ze soms een beroep op verschillende providers om het risico op storingen te beperken, vervolgt Hans Witdouck. Maar in de praktijk blijkt deze aanpak niet altijd de bescherming te bieden die men zou verwachten.”

Vals gevoel van veiligheid

Maar hoe komt dat? Simpel: een gebrek aan inzicht in de onderliggende infrastructuur. Zo maken verschillende operatoren gebruik van dezelfde glasvezeltrajecten. Het is ook gebruikelijk dat ze onderling capaciteit verhuren. Dit maakt de uitrol van netwerken efficiënter en stelt operatoren in staat om over verbindingen te beschikken op locaties waar ze geen eigen infrastructuur hebben. Voor de eindklant is het echter niet altijd duidelijk hoe een verbinding uiteindelijk tot stand komt.

„Dit kan soms een vals gevoel van veiligheid creëren”, meent Hans Witdouck. Twee verbindingen van twee verschillende providers lijken volkomen onafhankelijk, terwijl ze op bepaalde trajecten toch hetzelfde fysieke tracé volgen. In zo’n situatie kunnen een kabelbreuk, een boring of wegwerkzaamheden beide verbindingen tegelijkertijd beïnvloeden.

Het spreekt voor zich dat het netwerk denser wordt rond bedrijventerreinen, datacenters of grote communicatieknooppunten. Vaak komen daar verschillende netwerken samen, wat de eerder genoemde risico’s vergroot. Een incident op zo’n locatie kan gevolgen hebben voor meerdere operators tegelijk. Er zijn helaas tal van voorbeelden van graafwerken die op één plaats tientallen verbindingen tegelijk hebben verstoord

Geografische redundantie

„Daarom wordt geografische redundantie steeds belangrijker, zeker voor bedrijven met kritische toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan industriële besturingssystemen, energie-infrastructuur of geautomatiseerde medische processen. Op deze gebieden worden soms drie of zelfs vier afzonderlijke verbindingen voorzien om het risico op onderbrekingen zo veel mogelijk te beperken. ”

De cruciale factor hierbij is de fysieke configuratie ervan. Volgt elk een volledig afzonderlijk en gescheiden tracé? Dit is overigens van vitaal belang voor datacenters. Twee systemen kunnen in theorie perfect redundant zijn, maar zolang de datacenters zich in dezelfde regio bevinden, blijven er bepaalde risico’s bestaan. „Daarom wordt steeds vaker gekozen voor georedundantie: volledig afzonderlijke routes en locaties, evenals afzonderlijke toegangspunten voor de connectiviteit. Een oplossing die overigens niet altijd vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld wanneer de afstand tussen twee locaties te klein is. ”

Bovendien is beschikbaarheid niet de enige belangrijke factor. Ook latency is een essentieel punt om rekening mee te houden. Wanneer bedrijven gegevens synchroon tussen meerdere locaties willen repliceren, kunnen ze zich vaak geen grote vertragingen veroorloven. Zo is een alternatieve route die technisch beschikbaar blijft, niet noodzakelijkerwijs geschikt voor toepassingen die realtime communicatie vereisen.

Kritische processen

Laten we duidelijk zijn: de kwaliteit van een redundante architectuur hangt uiteindelijk af van de details. Welke route volgt een verbinding, wie beheert de onderliggende infrastructuur? En wat gebeurt er wanneer een netwerk moet worden verplaatst of aangepast? Blijft de oorspronkelijke (fysieke) scheiding behouden naarmate het netwerk evolueert?

„Deze vragen maken nu integraal deel uit van de bredere discussies over bedrijfscontinuïteit”, concludeert Hans Witdouck. „Organisaties investeren niet in redundantie alleen maar om over een tweede lijn te beschikken. Ze zetten zich er volledig voor in omdat ze erop moeten kunnen rekenen dat kritieke processen te allen tijde operationeel blijven.”