EU Inc. bewijst dat Europa kan vereenvoudigen, maar de digitale wereld blijft achter
Het EU Inc.-stelsel belooft duidelijkere en uniformere voorwaarden, evenals een langverwachte flexibiliteit in een gefragmenteerde markt. Voor Thomas Breuer, General Manager bij Inetum Belgium, ligt de echte uitdaging voor Europa niet in het opzetten van bedrijven, maar in het behouden van hun groei.
“Naast de registratie worden bedrijven nog steeds geconfronteerd met een doolhof van nationale normen op het gebied van gegevens, regels voor AI en vereisten voor de cloud, die innovatie en schaalvergroting in de weg staan.“
Dit jaar stond digitale concurrentievermogen hoog op de agenda van het World Economic Forum, aldus Thomas Breuer. Met EU Inc. geeft de Europese Commissie blijk van haar ambitie om de administratieve complexiteit te verminderen en de positie van Europa ten opzichte van de grote technologische ecosystemen te versterken.
“Deze ambitie is geen luxe. De huidige fragmentatie van Europa brengt reële kosten met zich mee voor bedrijven. Ongeveer 28 % van de innovatieve bedrijven besteedt minstens 10 % van de tijd van hun teams aan administratieve taken. ” Slechts een derde (33 %) van de EU-landen staat toe dat een bedrijf op dezelfde dag wordt geregistreerd, en minder dan de helft erkent bedrijfsdocumenten die in een andere lidstaat zijn afgegeven. In dit opzicht biedt EU Inc. een kans om wrijving te verminderen en ondernemers de tijd en concentratie te geven die ze nodig hebben om te bouwen en te innoveren.
Digitale fragmentatie remt de Europese groei
Het fundamentele probleem van Europa ligt niet in het opzetten van bedrijven, maar in wat er daarna gebeurt, legt Thomas Breuer uit. “Naarmate bedrijven groeien, blijven ze navigeren door een lappendeken van nationale gegevensnormen, uiteenlopende beleidskaders voor AI en gefragmenteerde cloudvereisten. Zelfs wanneer Europa regelgeving invoert, zoals de AI Act, volgen vaak lokale interpretaties en nationale aanpassingen. Het resultaat is een regelgevingsdoolhof dat grensoverschrijdende ontwikkeling vertraagt. EU Inc. bewijst dat Europa eenvoud kan creëren, maar heeft deze logica nog niet toegepast op de fundamenten van zijn digitale economie.“
België is een goed voorbeeld van deze gevolgen, aangezien de digitale bevoegdheid verdeeld is over het federale, regionale en communautaire niveau. Veel AI-gerichte sectoren, van biowetenschappen tot financiële dienstverlening, zijn bovendien afhankelijk van niet-Europese leveranciers. Europese alternatieven blijven vaak moeilijk op grote schaal in te zetten of zijn onvoldoende geharmoniseerd over de grenzen heen. Vandaag wordt geschat dat 92 % van de Europese gegevens wordt opgeslagen in cloudomgevingen die in de Verenigde Staten zijn gevestigd.
Dit onevenwicht heeft ook juridische implicaties. Op grond van wetgeving zoals de Amerikaanse CLOUD Act kunnen gegevens die zijn opgeslagen in een Belgisch datacenter nog steeds onder Amerikaanse jurisdictie vallen als ze worden beheerd door een Amerikaanse leverancier. “Voor bedrijven die AI-gebaseerde diensten willen uitbreiden naar de Benelux of naar Frankrijk en Duitsland, leidt dit tot wrijving die hun Amerikaanse of Aziatische concurrenten zelden ondervinden.“
De volgende stap voor Europa
EU Inc. laat zien dat Europa kan vereenvoudigen als het dat wil. De vraag is of het deze duidelijkheid nu ook zal uitbreiden naar de digitale ruggengraat van zijn economie, analyseert Thomas Breuer verder. Voor een land als België, dat sterk is in de levenswetenschappen, financiën en logistiek, maar wordt afgeremd door een bestuur met meerdere niveaus, staat er nog meer op het spel.
“Als het continent concurrerend wil blijven tijdens de volgende golf van digitale innovatie, moet het dezelfde durf tonen die verder gaat dan alleen het opzetten van bedrijven. Zonder deze ambitie zal Europa blijven innoveren in de marge, terwijl anderen de normen bepalen en het tempo op mondiaal niveau bepalen.“



