Voor het eerst wordt vrije software gezien als een hefboom voor het industriebeleid
Europa neemt geen genoegen meer met het promoten van open source omwille van interoperabiliteit. Het doel is nu de strategische autonomie van de Unie ten opzichte van de Amerikaanse en Chinese giganten. Blijft de vraag van de financiering…
Odoo in België, Mistral AI in Frankrijk, Aiven in Finland… In haar pro-open source-mededeling noemt de Europese Commissie de Europese pareltjes in de sector bij naam. Tegelijkertijd erkent ze dat deze structuren obstakels tegenkomen die hun ontwikkeling afremmen, met name wat betreft de toegang tot overheidsopdrachten.
Zal open source eindelijk erkenning krijgen? De vraag komt steeds weer terug. In de toelichting op haar strategie van 3 juni geeft de EC aan dat open source zal bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van technologieën uit derde landen en de controle over kritieke digitale infrastructuren, waaronder software- en hardwaresystemen, zal versterken.
Een project dat brede steun vereist
De uitdagingen zijn niet minder talrijk. Ze zijn vooral structureel van aard. Het gaat met name om beperkte langetermijnfinanciering, moeilijkheden bij het onderhouden en opschalen van projecten en belemmeringen bij de overgang van innovatie naar industriële implementatie.
Andere uitdagingen zijn de gefragmenteerde zichtbaarheid van Europese oplossingen, de beperkte toegang tot overheidsopdrachten en de afhankelijkheid van dominante technologieleveranciers uit derde landen. In veel gevallen wordt de economische waarde die door open-sourceprojecten wordt gegenereerd, buiten Europa gerealiseerd, waardoor Europese ontwikkelaars en bedrijven niet ten volle kunnen profiteren van hun bijdragen.
Kortom, om deze problemen op te lossen is het noodzakelijk de coördinatie te versterken, de financieringsmechanismen te verbeteren, de bestuurskaders te verbeteren en duurzame, op open source gebaseerde bedrijfsmodellen te ondersteunen.
Zes uitvoeringsgebieden
- Open-sourceoplossingen bevorderen in belangrijke EU-beleidsgebieden, zoals het EU-ecosysteem voor digitale identiteit, met inbegrip van de Europese digitale identiteitsportemonnee (EUDI-portemonnee) en de Europese bedrijfsportemonnee (EBW).
- De samenwerking met de lidstaten versterken, met name via het Consortium voor een Europese digitale infrastructuur voor digitale gemeenschappelijke goederen, om veilige open-sourcealternatieven voor overheidsdiensten te ontwikkelen, aan te passen en uit te breiden.
- Ervoor zorgen dat overheidsinstanties gebruikers en bijdragers aan open source aan zich binden, door middel van richtsnoeren voor overheidsopdrachten, aanbestedingen die open source bevorderen, de versterking van het bureau voor het open source-programma en zijn netwerken, herbruikbare digitale overheidsmiddelen en de integratie van openheid en soevereiniteit in beslissingen over digitale investeringen.
- De ontwikkeling van nieuwe open-sourcebouwstenen op kritieke technologische gebieden ondersteunen, met name besturingssystemen, cloud- en edge-computing, AI, cyberbeveiliging, softwareontwikkelingsinfrastructuur, halfgeleiders en toekomstige internetarchitecturen.
- Het onderhoud, de veiligheid en de duurzaamheid op lange termijn van kritieke open-sourcecomponenten waarborgen, met name door middel van beheer, een EU-beoordelingskader, een afhankelijkheidanalyse en een instrument voor open-sourceonderhoud.
- De vaardigheden voor het werken met open technologieën verbeteren, met inbegrip van ondersteuning voor de ontwikkeling van open source en de mobiliteit van bijdragers via programma’s zoals het Erasmus+-programma 2027.
Een budget dat de tanden doet knarsen
De intentie is er, de koers is de juiste. Maar het voorgestelde budget van 2 miljard euro over zeven jaar, afkomstig uit publieke en private bronnen, laat het CEP (Centres for European Policy Network) op zijn honger zitten. Het is namelijk duidelijk ontoereikend voor een strategie die bedoeld is om 264 miljard euro aan jaarlijkse IT-uitgaven voor propriëtaire software te vervangen.
Bovendien vinden veel deskundigen dat de Commissie de financiering expliciet afhankelijk moet stellen van onderhoudsverplichtingen gedurende de gehele levenscyclus van de projecten, en niet alleen bij de start ervan.

